Anthropic ruilt Git in voor eigen versiebeheersysteem Scion
Anthropic heeft Git de deur uit gedaan voor zijn eigen monorepo en vervangen door een zelfgebouwd versiebeheersysteem, Scion. De reden is banaal en tegelijk een teken des tijds: Claude schrijft zo veel code dat het versiebeheer het niet meer bijhield.
Van 2.500 naar 30.000 merges per dag
In een technische blogpost van 13 oktober zet Anthropic de cijfers op een rij. In mei 2026 gingen er gemiddeld zo'n 2.500 codewijzigingen per dag de monorepo in. In september was dat opgelopen tot meer dan 30.000 per dag. Het bedrijf verwacht geen afvlakking: de latente vraag naar het samenvoegen van code is volgens Anthropic praktisch oneindig, en elke weggenomen bottleneck leidt direct tot nog meer code.
De cijfers over de repo zelf zijn minstens zo opvallend. De geschiedenis van de hoofdbranch is bijna 100 GB; een gecomprimeerde werkkopie meer dan 25 GB. Anthropic doet in de orde van 25 miljoen checkouts per dag voor continuous integration, nog voor je ontwikkelomgevingen, agent-sandboxen en researchjobs meerekent. Naief opgehaald zou dat meer dan 600 petabyte Git-verkeer per dag opleveren. Op het hoogtepunt draaide Anthropic enkele honderden interne Git-mirrors.
Waarom Git niet meer paste
Git is ontworpen als gedecentraliseerd systeem: elke clone is een complete, zelfstandige repository die offline diffs kan berekenen en geschiedenis kan uitlezen. Voor de overgrote meerderheid van repositories is dat de juiste keuze, schrijft Anthropic, en precies de reden dat Git de standaard werd.
Maar Anthropic gebruikte Git in de praktijk als een centraal systeem met een gezaghebbende kopie, terwijl bijna alle clients agents en jobs zijn die per definitie online zijn. De eigenschappen die Git goed maken voor offline werk werkten daarmee tegen de schaalbaarheid.
In Scion is de eenheid van werk geen commit maar een changeset, een regel in een write-ahead log: een lijst van gewijzigde bestanden met content-adresseerbare verwijzingen naar gecomprimeerde inhoud in blob-opslag. Commits, merges en rebases gebeuren op de server, dus er is niets te pushen. Nergens staat een volledig uitgeschreven kopie van de repo, en packfiles bestaan niet, waardoor onderhoud wegvalt. Alle vragen die de client stelt zijn ook via een API beschikbaar, zodat CI-jobs vaak geen lokale kopie meer nodig hebben. Anthropic is niet de eerste die voorbij Git kijkt en noemt Googles Piper en Meta's Sapling als voorbeelden waarvan het lessen overnam.
Zeven mensen, vijf maanden
CI- en researchjobs halen code nu twee ordes van grootte sneller op, in seconden in plaats van minuten; alleen bij CI leverde dat 25 procent CPU-capaciteit op. Een team van zeven mensen bouwde Scion plus codereview-tool Antique en een handvol bijbehorende systemen, en migreerde er in vijf maanden volledig naartoe, terwijl het dagvolume aan code tien keer zo groot werd.
Claude bouwde daar flink aan mee. Een handgeschreven eerste versie van de Git-naar-Scion-pijplijn liet het team herschrijven door een vroege interne versie van Claude Mythos Preview; die kwam zonder verdere aanwijzingen uit op een variant die twintig keer minder geheugen gebruikte en vier keer sneller was.
De rol van de ingenieurs verschoof daarmee. Alle betrokkenen zouden Claude nu beter in het schrijven van code vinden dan zichzelf, maar het menselijke werk zit in de afwegingen op systeemniveau. "Heel vaak merkten we dat de rol van de ingenieurs was om nee te zeggen tegen Claude", staat in de post. Agents overtreden soms kernaannames van het systeem om een patroon te volgen dat nooit toegestaan had mogen worden. Het team beoordeelt nog elke wijziging, maar kijkt naar de bedoeling ervan in plaats van elke regel te lezen.
The Register merkte op dat ook GitHub dit jaar storingen toeschreef aan de groei van pull requests en commits.