Obsidian als second brain voor een developer
Ik ben geen notities-fanaat. Ik heb jaren geprobeerd om bij te houden wat ik leerde, besliste en bouwde — in Apple Notes, Notion, losse tekstbestanden, GitHub wikis. Het bleef nooit hangen. Te veel frictie, te weinig structuur, of juist te veel structuur.
Tot ik Obsidian ontdekte. En tot ik besloot dat Claude het zou bijhouden.
Wat is Obsidian?
Obsidian is een Markdown-gebaseerde notitie-app die lokaal draait. Geen cloud, geen abonnement verplicht, geen vendor lock-in. Je bestanden zijn gewone .md bestanden in een map op je schijf — of in mijn geval, gesynchroniseerd via iCloud.
Wat Obsidian bijzonder maakt is het concept van bidirectionele links. Je schrijft [[andere-pagina]] in een notitie, en Obsidian toont je automatisch welke pagina's naar elkaar verwijzen. Na verloop van tijd ontstaat er een web van verbonden kennis — een second brain.
Hoe mijn vault is opgebouwd
Mijn vault heeft een paar hoofddomeinen:
personal/— gezondheid, werk, financiën, identiteit, zelfreflectieinvestments/— aandelen, BDC's, loan notes, cryptowaterpolo/— trainingsdrills, teamnotities, wedstrijdvoorbereidingsources/— ruwe bronnen die ik heb ingevoerd (e-mails, PDF's, artikelen)personal/blog/— alle Wallieweb posts en de backlog
Elke pagina heeft een vast frontmatter-formaat met type, domein, bronnen, privacy-niveau en status. Vier paginatypes:
entity— een persoon, bedrijf, fonds of project. Feiten die accumuleren.source-summary— een samenvatting van één bron. Geen interpretatie.concept— een interpretatie of overtuiging. Heeft een confidence-niveau.synthesis— redenering over meerdere bronnen. Ook met confidence.
Dit klinkt formeel, maar in de praktijk schrijf je gewoon. De structuur zorgt er alleen voor dat je later iets terugvindt.
De slimme keuze: Claude houdt het bij
Het grootste probleem met kennisbanken is onderhoud. Je bouwt iets op, en na drie maanden is het verouderd omdat je het niet meer bijhoudt.
Mijn oplossing: ik houd het niet bij. Claude doet het.
Elke keer als ik een nieuwe bron wil verwerken — een e-mail, een PDF, een YouTube-transcript — geef ik het aan Claude. Claude leest de bron, bespreekt de belangrijkste inzichten met mij, en schrijft daarna de wiki-pagina's. Cross-referenties, index-updates, log-entries — alles.
Dat is geen luiheid. Het is een bewuste architectuurkeuze. De wiki is een gedeeld geheugen tussen mij en Claude. Claude schrijft het neer zodat het in een volgende sessie weer beschikbaar is — zonder dat ik de context hoef te herhalen.
Recente voorbeelden van wat er in mijn wiki staat:
- Mijn PFZW pensioen — twee officiële brieven verwerkt, alle parameters gedocumenteerd
- Fenchurch loan notes — updates van de juridisch beheerder bijgehouden over meerdere maanden
- Mijn dividend-portfolio spelregels — Regel A t/m D gedocumenteerd
- Trainingsdrills voor waterpolo — uitgewerkt vanuit YouTube-video's
Wat maakt het bruikbaar?
Lokaliteit. Alles staat op mijn schijf. Geen API-kosten voor opslag, geen zorgen over een bedrijf dat stopt of de prijzen verhoogt.
Privacy-lagen. Gevoelige pagina's krijgen privacy: high. Dat is een signaal — aan mezelf en aan Claude — dat die inhoud niet gedeeld wordt.
Status-tracking. Elke pagina heeft een status: seedling (nieuw), budding (verbonden maar incompleet), of evergreen (stabiel). Dat geeft een eerlijk beeld van wat goed gedocumenteerd is en wat nog aandacht nodig heeft.
De log. Elk ingest-moment wordt vastgelegd in log.md. Altijd terug te vinden wat er wanneer is toegevoegd, en waarom.
Voor wie is dit?
Niet voor iedereen. Als je één project hebt en een eenvoudige todo-lijst wilt, is Obsidian overkill.
Maar als je veel parallelle contexten beheert — projecten, investeringen, persoonlijke kennis, teamnotities — en je merkt dat je dezelfde dingen steeds opnieuw uitlegt of opzoekt, dan is een goed opgezette vault het waard.
Het echte inzicht is niet de tool. Het is de combinatie: Obsidian als opslaglaag, Claude als schrijver en verbinder. Ik lever de bronnen en de richting. Claude levert de structuur en het geheugen.
Dat is de setup die voor mij werkt.