Canada krijgt eerste grote testfaciliteit voor raketmotoren in Ontario
Canada Rocket Company gaat bij London International Airport in Ontario de eerste grootschalige testfaciliteit voor raketmotoren van Canada bouwen. Het complex kost 30 miljoen dollar en moet dienen om de methalox-motoren van het bedrijf statisch te testen. NASASpaceflight en Ars Technica berichtten er beide over.
De faciliteit heet de Jeremy Hansen Test Facility, naar de Canadese astronaut die met Artemis II om de maan vloog.
Wat er komt te staan
Het bedrijf huurt 50 acre van de Greater London International Airport Authority. Daarop komen tot drie teststands, zowel verticaal als horizontaal, geschikt voor motoren met meer dan 1 meganewton stuwkracht — zo'n 225.000 pond. Daarnaast komt er een hal van 12.000 vierkante voet voor engineering, assemblage en testvoorbereiding.
Dat die hal naast de teststands staat, is een bewuste keuze: motoropbouw, instrumentatie en testoperaties blijven zo op één plek in plaats van verspreid over ver uit elkaar liggende locaties. Verticale stands worden doorgaans gebruikt voor vluchtrepresentatieve vuurproeven, horizontale vooral eerder in een campagne, als je goed bij de motor moet kunnen.
NASASpaceflight meldt dat het terrein in 2028 volledig operationeel moet zijn. CEO Hugh Kolias zei tegen Ars Technica dat hij over ongeveer twee jaar wil beginnen met het testen van de E-1-motor.
Meteen door naar medium-lift
Canada Rocket Company werd in 2025 opgericht en ontwikkelt de R-2, een herbruikbare medium-lift raket met negen methaanmotoren, een gasgenerator-cyclus en landingspoten. NASASpaceflight noemt een capaciteit tot 12.500 kilogram naar een zonsynchrone baan; Kolias houdt tegen Ars Technica 2032 aan als mogelijk eerste lanceerjaar.
Opvallend is dat het bedrijf de fase van kleine raketten overslaat. Kolias legt aan Ars Technica uit waarom: "The advice we got from having spoken with about 150 engineers (...) is that you're not going to be able de-risk a rocket development program by building a smaller rocket." Volgens hem gaat ongeveer 90 procent van het werk aan een lichte raket alsnog de prullenbak in.
Soevereiniteit als drijfveer
De aanleiding is politiek. Ars Technica schetst hoe de Canadese regering na de tariefdreigingen en annexatieretoriek uit Washington opnieuw is gaan kijken naar terreinen waar het land op Amerikaanse diensten leunde — waaronder eigen toegang tot de ruimte. Dit voorjaar gingen de eerste toekenningen binnen het programma Launch the North naar drie bedrijven: NordSpace, Reaction Dynamics en Canada Rocket Company, elk 8,33 miljoen Canadese dollar. In de Defense Industrial Strategy die Canada dit jaar presenteerde, staat "space launch" als prioriteit genoemd.
Kolias verwacht dat de overheid uiteindelijk tot een half miljard dollar op tafel kan leggen voor soevereine lanceercapaciteit, plus garanties op lanceercontracten.
Voor nu blijft het bedrijf klein: ongeveer 30 mensen, waaronder Canadese ingenieurs die terugkwamen van SpaceX, Blue Origin en Rocket Lab. Er is 22,5 miljoen dollar opgehaald en een Series A-ronde is in voorbereiding. In London verwacht het bedrijf binnen anderhalf jaar zo'n 40 technische banen, met trainingspartnerschappen met Western University en Fanshawe College.
De teststands in Ontario brengen zelf nog niets in een baan om de aarde. Het is de grondinfrastructuur die er eerst moet staan voordat een motor als de E-1 als vluchthardware kan gelden.