Amazon trekt miljard dollar uit voor datacentergemeenten na groeiend lokaal verzet
Amazon investeert de komende vijf jaar meer dan een miljard dollar in gemeenten waar het datacenters heeft. Het programma heet Built Together en blijft voorlopig beperkt tot de Verenigde Staten. In de aankondiging van 2 oktober koppelt het bedrijf die investering direct aan de groeiende weerstand tegen datacenterbouw: volgens Amazon worden er in de VS op dit moment "meer dan honderd datacentermoratoria" overwogen.
Waar het geld naartoe gaat
Built Together rust op drie pijlers. De eerste is onderwijs: Amazon wil inwoners van datacentergemeenten gratis toegang geven tot een certificaat of associate degree aan een regionale community college, in richtingen als elektrotechniek, hvac, glasvezel, IT en zorg. Het bedrijf zegt afspraken met colleges in de maak te hebben en mikt op meer dan 300.000 studenten in vijf jaar. Daarnaast breidt het zijn Modular Training Centers uit, praktijkgebouwen op of naast datacenterterreinen met onder meer gesimuleerde datahallen en buitenterreinen met glasvezelputten en nutsmasten. Er zijn er nu drie, zes zijn in ontwikkeling en zestien komen erbij. Elk centrum leidt jaarlijks 2000 tot 4000 mensen op; eind 2028 moet dat samen tot 100.000 per jaar oplopen.
De tweede pijler richt zich op energierekeningen. Via nonprofits, nutsbedrijven en staten komen er subsidies voor verduurzaming van scholen, publieke gebouwen en woningen: warmtepompen, isolatie, boilers, accu's en zonnepanelen. Het doel is meer dan 300 school- en gemeenschapsgebouwen en ruim 30.000 woningen, met een beoogde besparing van 20 tot 40 procent op de maandlasten, oftewel ongeveer 700 dollar per huishouden per jaar. De derde pijler is een vrij besteedbaar budget per gemeente, waarbij lokale organisaties en bewoners bepalen waar het geld heen gaat.
Een lijst met beloftes
Naast het geld publiceert Amazon een set uitgangspunten onder de naam Amazon Data Center Commitment. Daarin staan een paar concrete toezeggingen. Het bedrijf zegt geen geheimhoudingsverklaringen meer te gebruiken bij overheidsinstanties waarmee het aan projecten werkt, en belooft jaarlijks energiegebruik, energie-efficiëntie, watergebruik, waterefficiëntie en het aandeel CO2-vrije energie te publiceren. Nieuwe locaties krijgen noodgeneratoren die aan de Tier 4-emissienorm van de EPA voldoen of een equivalent daarvan. Amazon noemt een PUE van 1,14 over 2025, tegenover een industriegemiddelde van 1,25, en stelt in 2025 op 75 procent van zijn doel te zitten om in 2030 water-positief te zijn.
Vier "mythes" en de kritiek erop
Het grootste deel van de blogpost bestaat uit het weerleggen van vier bezwaren die Amazon als mythes bestempelt: waterverbruik, hogere energierekeningen voor omwonenden, uitstoot door dieselgeneratoren, en het idee dat gemeenten er niets aan overhouden. Amazon stelt onder meer dat golfbanen tweehonderd keer zoveel water gebruiken als al zijn datacenters samen, dat een eigen datacenter rond 13.000 gallons per dag verbruikt, en dat noodgeneratoren 99,9 procent van de tijd stilstaan en zo'n tien uur per jaar draaien, vooral voor verplichte tests.
The Register plaatst daar kanttekeningen bij. De vergelijking met golfbanen overtuigt alleen als je golfbanen ook een probleem vindt, merkt de site op. Belangrijker is een technisch punt: datacenters die weinig water gebruiken, verbruiken daarvoor doorgaans meer stroom, en vrijwel elke grootschalige stroomproductie met een stoomturbine gebruikt zelf water. Het blad verwijst daarnaast naar eerdere berichtgeving over een datacenter van een andere partij dat stil bijna 30 miljoen gallons water opsoupeerde; dat kwam pas uit toen omwonenden over lage waterdruk klaagden.
Amazon stelt zelf nog dat er "wijdverbreide berichten" zijn dat andere landen opzettelijk desinformatie over datacenters in de VS verspreiden om het land te vertragen. Die bewering onderbouwt de blogpost niet met bronnen.