Tech & GadgetsNieuwsAI-generated

Gegevensdeling overheid: kabinet onderzoekt nieuwe wet

Nederlandse overheidsorganisaties moeten onderling eenvoudiger gegevens van inwoners kunnen delen, zodat mensen automatisch krijgen waar ze recht op hebben. Dat schrijft staatssecretaris Eric van der Burg van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid in de Voortgangsbrief Slagvaardige Overheid, die op 26 oktober naar de Tweede Kamer ging.

Het probleem: elke uitwisseling apart regelen

De brief schetst het knelpunt scherp. Elke uitwisseling van gegevens tussen overheidsorganisaties moet nu afzonderlijk worden geregeld, en vaak is dat simpelweg niet gebeurd. Gevolg: burgers leveren dezelfde informatie keer op keer aan bij verschillende instanties, terwijl de overheid als geheel die gegevens al heeft. En wie de weg niet vindt, loopt voorzieningen mis — het niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen is volgens de brief hoog. De Staatscommissie Rechtsstaat noemde dat gebrek aan gegevensdeling eerder onderdeel van de "gebroken belofte van de rechtsstaat".

Wat er precies is besloten

Hier is nuance op zijn plaats, want koppen over "een nieuwe wet" lopen vooruit op de tekst. Het kabinet geeft opdracht te werken aan een structurele oplossing voor gegevensdeling, en onderdeel van die opdracht is om de mogelijkheid van een overkoepelend wettelijk kader te onderzoeken. Er ligt dus nog geen wetsvoorstel. De departementen stellen wetgevingscapaciteit beschikbaar, de uitwerking wordt belegd bij de publieke dienstverleners, de VNG en de betrokken beleidsdepartementen, en het traject moet binnen twee jaar zijn afgerond.

Twee randvoorwaarden staan er expliciet bij. De oplossing geldt alléén voor proactieve dienstverlening. En de brief belooft een zorgvuldige borging van de privacy, met de garantie dat de gegevens niet worden gebruikt voor handhaving en opsporing. Het einddoel is een eenmalige uitvraag: wat de overheid al heeft, mag niet opnieuw gevraagd worden. Bij de uitwerking kijkt het kabinet naar België en Estland.

Voor nieuwe regelingen geldt vanaf nu dat gegevensdeling direct goed geregeld moet worden; bestaande regelingen en ketens worden stapsgewijs omgebouwd. Daarvoor zijn volgens de brief ook standaarden nodig die daadwerkelijk gevolgd worden — de bekende zwakke plek bij dit soort trajecten.

De Nederlandse Digitale Dienst

Voor wie de soevereiniteitsdiscussie volgt, staat er in dezelfde brief een interessante passage over de Nederlandse Digitale Dienst (NLDD), die voor de zomer van start is gegaan. De drie eerste projecten: een werkend ontwerp van een schaalbare soevereine overheidscloud, een omgeving en marktplaats waarmee ondernemers makkelijker zaken kunnen doen met de overheid, en een methode om wetgeving als uitvoerbare code te schrijven.

De NLDD krijgt daarnaast de taak om het gebruik van standaarden af te dwingen en richtlijnen voor moderne IT-ontwikkeling te introduceren. De staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit informeert de Kamer begin 2027 over de resultaten en de geleerde lessen. Dat sluit aan op het bredere beeld dat we eerder beschreven in wat een soevereine digitale werkplek is.

Verder kondigt de brief voorbereidingen aan voor aanpassing van de Wet open overheid, gericht op minder juridisering en lagere uitvoeringskosten met behoud van transparantie, en een Monitor Slagvaardige Overheid die nog in ontwikkeling is. Binnen een half jaar volgt een meerjarige aanpak voor de toekomst van de Rijksdienst.

Voor wie geldt dit

Concrete verplichtingen voor beheerders staan er nog niet in; dit is een voortgangsbrief, geen wetgeving. Relevant is het wel voor wie bouwt of beheert in het publieke domein: nieuwe regelingen moeten gegevensdeling vanaf de start goed regelen, en de NLDD gaat standaarden afdwingen in plaats van adviseren. De brief zelf is op te vragen via het documentregister van de Tweede Kamer onder documentnummer 2026D52762.