Britse datacenters: beleid verdeeld over drie ministeries
Een datacenter bouwen in het Verenigd Koninkrijk betekent langs minstens drie ministeries. Dat bleek deze week tijdens een hoorzitting van de Science and Technology Committee van het Britse Lagerhuis, waar staatssecretaris Liz Lloyd moest uitleggen wie na de zomerse herschikking van het kabinet nog waarover gaat. The Register was erbij.
Wie gaat waarover
Het Department for Science, Innovation and Technology, kortweg DSIT, is opgeheven. Het contact met de techsector over datacenterbouw verhuisde daarmee naar het Department for Business, Innovation, Science and Trade (BIST). Digitale infrastructuur en telecom zitten echter bij het Department for Digital, Culture, Media and Sport (DCMS). Lloyd werkt zelf voor beide departementen.
"Wat sectorverantwoordelijkheden betreft is het duidelijk dat telecom bij DCMS zit en datacenters bij BIST", zei ze tegen de commissie. "Als je echt in een sector zit of een bedrijf probeert te runnen, dan is dat duidelijk."
Daarmee zijn de twee onderdelen genoemd die een datacenter juist niet zelf regelt. Voor stroom moet je bij het Department for Energy and Net Zero zijn. De bouwvergunning geeft de gemeente af, maar het ruimtelijk beleid daarachter komt van het Ministry of Housing, Communities and Local Government. The Register merkt droog op dat het misschien duidelijk is, maar bepaald niet eenvoudig.
Het probleem is niet theoretisch
Dat de energievraag het echte knelpunt is, bleek eerder deze maand. Microsoft trok zich terug uit de plannen voor de grootste AI-supercomputer van Groot-Brittannië omdat het de stroomvoorziening voor de locatie niet rond kreeg. Niet de techniek, niet het geld, niet de vergunning voor het gebouw: de aansluiting.
Dat is het patroon waar een beheerder of inkoper iets aan heeft. Capaciteit voor AI-workloads is tegenwoordig een energievraagstuk, en wachttijden op een netaansluiting zijn een harde planningsfactor geworden in plaats van een formaliteit. Wie capaciteit inkoopt bij een hyperscaler of colocatiepartij, koopt indirect een plek in die wachtrij.
En de 45 miljard pond?
In dezelfde hoorzitting kwam een ouder cijfer terug. In januari 2025 bracht de Britse regering een persbericht uit onder de kop dat de publieke sector 45 miljard pond aan besparingen misloopt door verouderde technologie. Van de NHS tot gemeenten zou men te vaak afhankelijk zijn van oude systemen, en de regering zou dat aanpakken met "digitale tools, AI en gezond verstand".
Gevraagd of de regering nog achter dat getal staat, nuanceerde Lloyd stevig: "Het cijfer van 45 miljard pond was een schatting van productiviteitswinst op lange termijn. Het was geen eenmalig besparingsbedrag en het was nooit een doelstelling of een inbaar bedrag."
Dat is een bekend verschijnsel bij digitaliseringsprogramma's, ook buiten het VK: een modelmatige productiviteitswinst wordt in de communicatie een besparing, en pas bij navraag weer een schatting. Voor wie businesscases voor migraties en moderniseringstrajecten leest, is het een nuttige herinnering om te vragen waar een getal precies uit komt en of iemand erop afgerekend wordt.